Tips

Tip 1: Marktonderzoek

Vaak heeft iedereen wel de beste voornemens, maar als men dan wil overgaan tot actie stelt men vast dat schijnbaar niemand geïnteresseerd is om te participeren in de aanbesteding. Dit kunnen verschillende redenen zijn (geen tijd, niet op de hoogte, opdracht te groot of te klein, enz.). Kortom, redenen die ook bij de reguliere economie kunnen voorkomen. Maar er zijn ook redenen die men alleen bij de sociale economie kan tegenkomen. De meest voorkomende zijn:

  • er is niemand die het gevraagde aanbod in haar producten- of dienstengamma heeft zitten;
  • de sociale economie is niet gerechtigd om dergelijke opdrachten uit te voeren (sociale werkplaatsen mogen bijvoorbeeld geen klussen aannemen die zich in de hoogte bevinden zoals dakdekking).

Op www.socialeeconomie.be/ondernemingen kan je op zoek gaan naar sociale economiebedrijven. 

Tip 2: Voldoende volume

Vooral bij het groenonderhoud en de klussen is het vaak zo dat er veel kleine zaken zijn die uitgevoerd moeten worden. De sociale economie heeft daar doorgaans wel oplossingen voor (bijvoorbeeld uurcontracten), maar dan nog is er een belangrijke voorwaarde die de slaagkansen van zo’n project gevoelig verhoogt: voldoende werk. Veel kleine klussen vormen samen één grote. Kom je als lokale overheid zelf niet aan een voldoende grote kritische massa, kijk dan naar de samenwerking met andere lokale overheden. Samenwerking tussen bijvoorbeeld gemeente en OCMW of tussen verschillende gemeenten of OCMW’s, maar ook een samenwerking tussen twee of meerdere vzw’s behoort tot de mogelijkheden.

Tip 3: Eén contactpersoon / projectleider / contractmanager

Er zijn veel voorbeelden waar van de samenwerking uiteindelijk niet veel in huis komt zolang meerdere personen binnen de opdrachtgevende instantie, elk op hun manier, opdrachten doorgeven aan de sociale economiepartner. Maar wanneer men er voor zorgt dat de opdrachten eerst intern gecentraliseerd worden en dan pas vertrekken naar de sociale economie partner, dan voorkomt men op die manier veel potentiële verwarring. Er zijn zelfs voorbeelden waar bijvoorbeeld alle klussen op één centraal punt worden verzameld en dat er dan wordt gekeken wie wat kan uitvoeren: eigen gemeentepersoneel, sociale economie initiatief A of sociaal economie initiatief B. Op die manier bouw je als opdrachtgever ook een zekere know how op inzake de draagkracht en de daadkracht van je partners.

Tip 4: Communicatie

Communicatie is op alle domeinen van het grootste belang, dus ook op dit domein. Nog al te vaak gaan er stemmen op tegen de sociale economie als partner, omdat ze dan met het werk van eigen personeel gaan lopen. Vaak is de oorzaak bij dergelijke geruchten te vinden in een gebrekkige communicatie omtrent de plannen die men heeft. De tijd om over te gaan tot aanbesteding is pas aangebroken als alles goed doorgesproken is met alle stakeholders.

Tip 5: Sociale economie is goedkoper?

Al te vaak vertrekt men vanuit een economisch uitgangspunt om te gaan samenwerken met de sociale economie. Reden is dat men denkt dat, omdat sociale economie een gesubsidieerde economie is, de prijzen dan ook automatisch lager liggen dan bij de reguliere economie. Maar de realiteit is vaak heel anders. Het klopt dat de sociale economie gesubsidieerd wordt om de doelgroepen tewerk te stellen en te begeleiden. Maar er zijn andere redenen waarom de prijs vaak hoger uitvalt dan de opdrachtgever zelf verwacht. Zo is er de kost van de begeleiding en de verplichting om met meerdere mensen aan één opdracht te werken, waardoor de vermenigvuldiging van de loonkost met dat aantal mensen de uiteindelijke kost even groot maakt als bij de reguliere economie.
Maar er zijn ook andere kosten-baten die men beter in rekening brengt. Door tewerkstelling nemen de andere onkosten die de maatschappij moet dragen automatisch af. Als buurten schoner worden, bewijzen studies dat het onveiligheidsgevoel afneemt. Het gaat hier dus om de maatschappelijke baten die soms moeilijk in cijfers uitgedrukt kunnen worden.

Tip 6: Voorbereiding is alles

Tussen een idee en de uiteindelijke uitvoering ervan kan veel tijd zitten. Dat is zeker zo bij het opzetten van een degelijke samenwerking met de sociale economie, want bestuurders binnen de sociale economie moeten vaak veel administratieve drempels nemen voor ze met alles in orde zijn. Naast de drempels die elke ondernemer heeft (bijv. vergunningen), zijn er vaak ook nog toestemmingen nodig van overkoepelende overheden, instanties en ministeries.

Tip 7: Voorzie tijd en boterhammen

Hou er rekening mee dat elk nieuw verhaal, na opstart, kinderziekten zal vertonen. Vandaar het belang van tip 3, maar ook het volgende is belangrijk. Al te vaak wordt het kind met het badwater weggegooid, terwijl sommige projecten gewoon wat meer tijd vragen. De uitvoerders moeten soms het juiste evenwicht zoeken tussen het sociale en het economische aspect. Soms zit dat meteen goed, soms niet. Het is belangrijk dat de opdrachtgever daarmee rekening houdt, zeker bij ingewikkelde opdrachten. Zo worden ontgoochelingen vermeden en is men ook sneller geneigd om bij te sturen indien nodig.

Tip 8: Formeer een werkgroep of denktank

Zet de cruciale personen uit de verschillende leefwerelden bij elkaar (gemeente, OCMW, sociale economie, sociale bouwmaatschappijen en andere publieke overheden). Betrek vooral enthousiaste personen die binnen hun eigen organisaties iets voor elkaar kunnen krijgen. Op die manier ontstaat er een netwerk van partners in de sociale economie. Vaak komt zo nieuwe energie vrij en komen zaken in beweging.

Tip 9: Andere sociale criteria

Lokale besturen zitten met tal van vragen en bedenkingen bij het toepassen van sociale criteria. Deze vragen en bedenkingen halen geenszins de opportuniteit van sociale criteria in overheidsopdrachten onderuit. Ze pleiten eerder voor een beredeneerd gebruik van deze instrumenten op maat van de verschillende doelstellingen  van het lokaal bestuur en de mogelijkheden en restricties van overheidsopdrachten.
Zo is de grootte en de aard van de overheidsopdracht mee bepalend voor de soort van sociale criteria die men aan de bedrijven kan vragen. Bijvoorbeeld: vaak is het zo dat de overheidsopdracht die men voor ogen heeft van die aard is dat reguliere bedrijven die op de markt actief zijn zelf daarvoor kansengroepen in dienst hebben. In zulke gevallen zijn er andere sociale criteria die men zou kunnen opnemen. Een voorbeeld hiervan is nagaan of het bedrijf beschikt over een diversiteitsplan of voorziet in de nodige opleiding op de werkvloer.
Ook kan je een aantal ethische criteria (bv. handelen conform de basisconventies van de internationale arbeidsorganisatie, verbod op kinderarbeid, een duurzaam en kwaliteitsvol personeelsbeleid voeren, enz.) opnemen die weliswaar slechts een beperkte impact hebben op de directe omgeving, maar door ze op te nemen onderstreept men de gedragen lokale beleidsvisie. Als vele gemeenten en steden dit doen, dan evolueert zo’n eis tot een marktstandaard.
Zo vraagt de stad Gent dat de bedrijven die onderhouds- en kuisopdrachten komen uitvoeren steeds een duurzaam en kwaliteitsvol personeelsbeleid voeren. Een voorbeeld van bestek vind je onderaan deze pagina.  

BijlageGrootte
Bestek Stad Gent (pdf)615.29 KB

© Interwaas 2009 - Lamstraat 113 - 9100 Sint-Niklaas - Tel: 03 780 52 00 - Fax: 03 780 52 09 - info (at) interwaas.be - Webdesign Pure Sign