Begrippenlijst

Arbeidszorg

Arbeidszorg behelst arbeidsmatige activiteiten voor personen die omwille van persoonsgebonden en/of maatschappijgebonden redenen niet (meer) in het reguliere, noch in het gesubsidieerde circuit terechtkunnen. Maakt latente functies van arbeid bereikbaar.
Vormen: atelierwerking en begeleid werken
Voor wie?
Mensen met een maatschappelijke achterstelling, een sociale, fysieke of mentale handicap of een psychiatrische problematiek (criteria). Zij kunnen met behoud van hun vervangingsinkomen zinvol werk uitvoeren dat aangepast is aan hun mogelijkheden en beperkingen. GTB zorgt voor de toeleiding (procedure).

Artikel 60 § 7

Een tewerkstelling met toepassing van artikel 60 § 7 is een tewerkstellingsmaatregel waarbij het OCMW gerechtigden op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp een baan verschaft.
Het OCMW treedt hierbij zelf op als werkgever. Het centrum kan de persoon in zijn eigen diensten tewerkstellen of ter beschikking stellen van een derde werkgever. De werkgevers zijn volledig vrijgesteld van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid.
Voor wie?
Men kan tewerkgesteld worden in het kader van artikel 60 § 7 van de OCMW-wet als men tegelijkertijd:
•  gerechtigd is op een leefloon of op financiële maatschappelijke hulp;
•  ingeschreven is in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister;
•  niet gerechtigd is op volledige sociale uitkeringen.
Doel is dat de werknemer na de periode dat hij/zij werd tewerkgesteld volledig kan genieten van sociale uitkeringen.

Beschutte werkplaatsen

Beschutte werkplaatsen zijn bedrijven die als voornaamste doel hebben personen met een arbeidshandicap tewerk te stellen die door hun handicap voorlopig of definitief niet aan de slag kunnen op de gewone arbeidsmarkt.
Voor wie?
•  Personen met een handicap: alle personen met een handicap die ingeschreven zijn bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Toeleiding gebeurt door de VDAB.
•  Een aantal andere categorieën van mensen die doorheen de jaren de mogelijkheid hebben gekregen om in een beschutte werkplaats tewerkgesteld te worden.

Buurt- en nabijheidsdienst

Elke buurt- en nabijheidsdienst voldoet tegelijkertijd aan de volgende drie voorwaarden:
•  kwalitatieve diensten bieden aan personen, gezinnen of buurten: het gaat om bestaande of nieuwe noden die vandaag onvoldoende zijn ingevuld;
•  creëren van duurzame werkgelegenheid voor specifieke doelgroepen;
•  een participatieve aanpak.
Voor wie?
Hoewel de termen ‘buurt- en nabijheidsdienstenvaak in één adem genoemd worden, gaat het om twee verschillende verschijningsvormen.
•  Buurtdiensten: de verbondenheid met de buurt of directe omgeving waarin zij opereert is wezenlijk. De kerndoelstelling van de geleverde diensten is het verhogen van de leefkwaliteit van de omgeving. Hierbij wordt gekeken naar wat de wensen en mogelijkheden zijn van de werkzoekenden uit de kansengroepen uit de buurt.
•  Nabijheidsdiensten: de onmiddellijke nabijheid van de geleverde diensten tot de gebruikers staat centraal. Het participatieve proces wordt sectoraal of thematisch georganiseerd. Mensen uit kansengroepen worden opgeleid en begeleid om de nieuwe diensten op een kwalitatieve manier te kunnen leveren.

Energiesnoeiers

Energiesnoeiers zijn mensen uit kansengroepen die worden opgeleid en begeleid om kleine energiebesparende maatregelen aan huis te komen uitvoeren. Bijvoorbeeld: het komen plaatsen van spaarlampen, spaardouchekoppen en tochtstrips.
Energiesnoeiers kunnen ook complexere energiebesparende klussen uitvoeren, zoals het plaatsen van dubbele beglazing of muur- en dakisolatie.
De adressen waar energiesnoeiers deze scans uitvoeren, worden bepaald door de gemeente. Het project richt zich in eerste instantie tot gezinnen met een laag inkomen.
Coördinatie
Om dit alles te coördineren heeft de minister aan de Koepel van Vlaamse Kringloopcentra of Kringwinkels (KVK) de opdracht gegeven om een activiteitensector rond energierenovatie uit te bouwen. Zij helpen je graag verder.

Invoegbedrijf

De Vlaamse Overheid wenst via het systeem van invoegbedrijven de bedrijven te ondersteunen die een inspanning leveren op twee domeinen, zijnde:
•  tewerkstelling van kansengroepen;
•  maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Door de Vlaamse Overheid worden zij hiervoor ondersteund met een uitdovende loonsubsidie voor de tewerkgestelde personen. Deze degressieve loonsubsidie per tewerkgestelde invoegwerknemer verschilt naargelang de grootte van de onderneming.
Voornaamste verbintenissen:
•  de invoegwerknemers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur in dienst nemen;
•  gedurende minstens twee jaar na de laatste uitbetaling van de loonpremie voor een invoegwerknemer het aantal invoegwerknemers handhaven.
Voornaamste erkenningsvoorwaarden voor een onderneming:
•  de nodige tijd en middelen besteden aan de begeleiding en opleiding van de invoegwerknemers, ter ondersteuning worden gratis jobcoaches ter beschikking gesteld;
•  de principes van het maatschappelijk verantwoord ondernemen incorporeren;
•  bereid zijn het medezeggenschap van de werknemers te bevorderen;
•  de tewerkstelling van de invoegwerknemers is bijkomend t.a.v. het bestaande personeel.

Kansengroepen

Kansengroepen zijn specifieke groepen van mensen die minder aan het werk zijn dan de doorsnee werknemer en meer dan gemiddeld ingeschreven zijn als niet-werkende werkzoekende. 
De prioritaire kansengroepen zijn:
•  allochtonen;
•  oudere werknemers en werkzoekenden 50+;
•  arbeidsgehandicapten.
Daarnaast worden de volgende groepen ook vaak als kansengroepen beschouwd:
•  mannen/vrouwen in roldoorbrekende functies;
•  armen;
•  ex-gedetineerden;
•  kortgeschoolde jongeren;
•  holebi's.
De weg naar werk
De afgelopen jaren werden er heel wat tewerkstellingsmaatregelen uitgewerkt om de tewerkstelling van personen uit de kansengroepen te stimuleren. Werkgevers die iemand uit een doelgroep willen tewerkstellen, kunnen vaak genieten van loonkostverlagende maatregelen.
Bedrijven en organisaties kunnen ook een diversiteitsplan opstellen. Binnen een diversiteitsplan kunnen acties worden ondernomen die zich richten op deze kansengroepen. De RESOC-projectontwikkelaars diversiteit bieden ondersteuning bij het opstellen van een concreet diversiteitsplan op maat van je bedrijf, waarbij gepaste initiatieven worden genomen (bijv. onthaalbeleid, opleiding, training interculturele communicatie, cursus Nederlands op de werkvloer, enz.).

Lokale diensteneconomie

De voormalige buurt- en nabijheidsdiensten vallen voortaan onder de noemer lokale diensteneconomie (LDE).
Een nieuw decreet creëert een volwaardig statuut en een structurele financiering voor de buurt- en nabijheidsdiensten die voordien erkend waren als experimentele projecten. Een belangrijke vaststelling is dat het decreet voor lokale diensteneconomie gebaseerd is op de drie basispijlers waarop buurt- en nabijheidsdiensten zich ontwikkelden. Deze drie basispijlers zijn:
•  kwalitatieve diensten bieden aan personen, gezinnen of buurten: het gaat om bestaande of nieuwe noden die vandaag onvoldoende zijn ingevuld;
•  creëren van duurzame werkgelegenheid voor specifieke doelgroepen;
•  een participatieve aanpak.
De lokale diensteneconomie biedt dus nieuwe diensten en gelijktijdig jobs voor mensen uit kansengroepen.

Sociale economie

De sociale economie bestaat uit een verscheidenheid aan bedrijven en initiatieven die in hun doelstellingen de realisatie van bepaalde maatschappelijke meerwaarden voorop stellen en hierbij de volgende basisprincipes respecteren:
•  voorrang geven aan arbeid op kapitaal;
•  democratische besluitvorming;
•  maatschappelijke inbedding (dienstverlening verlenen aan de leden en aan de gemeenschap is belangrijker dan winst);
•  transparantie;
•  kwaliteit;
•  duurzaamheid.
De activiteiten van bedrijven in de sociale economie zijn zeer divers: van het bouwen van websites tot het bakken van brood, van het recycleren van auto's tot het omtoveren van cacaoboter in pralines. Wezenlijk verschillen deze bedrijfs- en productieactiviteiten niet noodzakelijk van deze van bedrijven uit de reguliere economische sector.
De weg naar werk
Eén van de belangrijkste kenmerken van sociale economiebedrijven en -initiatieven is de tewerkstellingskansen die ze bieden aan werknemers die, voor een deel, op de klassieke arbeidsmarkt niet de kansen krijgen waar ze recht op hebben. In ons land biedt de sector van de sociale economie werk aan meer dan 45.000 mensen.
Maar meer nog dan het aantal werknemers, verdient de andere manier van werken bijzondere aandacht. Staat heel ons economische gebeuren in het teken van winst maken, dan hebben al deze ondernemingen, ondanks hun grote verscheidenheid één gemeenschappelijk kenmerk: het streven naar maatschappelijke winst. Een aanpak waarbij duurzaamheid, integratie van kansengroepen, brede participatie van de werknemers, enz. centraal staan.

Werkervaringsproject (WEP+)

Een tewerkstelling in het kader van WEP+ moet voor de aangeworven medewerkers een brug vormen tussen een periode van werkloosheid en een nieuwe periode van tewerkstelling in het gewone arbeidscircuit. Dit door hen voldoende bagage te geven om (opnieuw) de stap naar het gewone arbeidscircuit te zetten. Werk wordt gecombineerd met opleiding op de werkvloer.
Het WEP+ stelsel steunt op de volgende principes:
•  tewerkstelling van laaggeschoolde langdurig werklozen is prioritair;
•  tijdens de tewerkstelling worden opleiding en begeleiding aangeboden;
•  de werkervaring duurt maximaal 12 maanden;
•  de activiteiten van de aangeworven werkloze situeert zich in de niet-commerciële sector.
Voordelen voor de werkgever
•  een loonpremie per aangeworven werknemer;
•  een omkaderingspremie;
•  een vermindering van RSZ -werkgeversbijdragen;
•  het nettoloon van de werknemer mag verminderd worden met de loontussenkomst door de RVA of het OCM.

Sociale werkplaatsen

Sociale werkplaatsen bieden aan zeer moeilijk bemiddelbare werkzoekenden een blijvende tewerkstelling om zo hun reïntegratie in de samenleving te bevorderen. Het aanbieden van ‘arbeid op maat' binnen een productieproces is hierbij een kernopdracht. De tewerkstelling van deze erkende doelgroepwerknemers wordt gesubsidieerd via loonsubsidies en omkaderingssubsidies.
Voor wie?
Zeer moeilijk bemiddelbare werkzoekenden: minstens 5 jaar inactief, geen diploma secundair onderwijs en cumulatie van risicofactoren, maar personen die onder begeleiding tot het verrichten van arbeid in staat zijn. De kandidaat-werknemers worden door de VDAB toegeleid.

© Interwaas 2009 - Lamstraat 113 - 9100 Sint-Niklaas - Tel: 03 780 52 00 - Fax: 03 780 52 09 - info (at) interwaas.be - Webdesign Pure Sign